Begroting2017

Naar portaal
Financiële positie

Inleiding

De programmabegroting is - zij het marginaal - structureel sluitend. Ten opzichte van het vorige (lopende) begrotingsjaar is dit wel een enorme verbetering, immers toen was er sprake van een reëel tekort van ca. € 1,- mln. De maatregelen die wij met de Kadernota 2017 hebben voorgesteld, zijn in de programmabegroting doorgevoerd. Wanneer dit mogelijk is, willen wij de eventuele begrotingsruimte die ontstaat zoveel mogelijk reserveren om toekomstige tegenvallers op te kunnen vangen.

De weerstandscapaciteit bestaat grotendeels uit de algemene reserve en ligt ruim boven het berekende risicoprofiel, waardoor het weerstandsvermogen van de gemeente ruim boven de norm uitsteekt. De bespaarde rente over de algemene reserve komt vooral ten gunste van de exploitatie. Wanneer de algemene reserve daalt zal de schuldpositie door het aangaan van vaste geldleningen moeten worden geconsolideerd.
De netto schuld per inwoner bedraagt ongeveer € 130,- meer dan het gemiddelde van de gemeenteklasse 25.000-50.000; dit is ruim € 4,- mln. waardoor de rentelast voor de gemeente ca. € 1 ton hoger is dan gemiddeld. De schuldenpositie van de gemeente zal de komende jaren geleidelijk oplopen. Dit komt enerzijds door de uitvoering van de voorgenomen investeringen en anderzijds doordat het eigen vermogen, bestaande uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves, daalt. Omdat de kapitaalmarktrente historisch gezien laag is en de omslagrente de afgelopen jaren daardoor successievelijk is gedaald tot thans 2%, zijn de kapitaallasten zelfs nog verminderd. Het risico bestaat dat de rente voor de kapitaalmarkt weer aantrekt, waardoor de rentelasten weer gaan stijgen. Dit risico willen wij verminderen door nu vooral vaste geldleningen met een lange looptijd (25 jaar) aan te trekken.

Algemene middelen

De vrij besteedbare middelen van de gemeente bestaan vooral uit de gelden die via het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld en de onroerende-zaak belastingen. De herverdeling van het gemeentefonds is met ingang van 2016 gedeeltelijk ingevoerd en zou en met ingang van 2017 volledig worden ingevoerd. Het vervallen van de laatste tranche heeft een positief effect op algemene uitkering uit het gemeentefonds.
De Meicirculaire 2016 gaf nog een marginaal voordeel te zien, dat nodig is om de autonome loon- en prijsontwikkelingen te compenseren. In deze begroting is geen rekening gehouden met het voor- of nadelig effect van de Septembercirculaire. Hierover zullen wij u nog apart voor de begrotingsbehandeling informeren. De ramingen voor de onroerende-zaak belastingen worden verhoogd conform het gestelde in de Kadernota met € 2,5 ton.

Onderuitputting c.a. kapitaallasten

De ervaring van de afgelopen jaren heeft geleerd dat de gerealiseerde kapitaallasten steeds belangrijk lager waren dan de primair geraamde kapitaallasten. Via de bestuursrapportages of eindejaarsbericht werden de ramingen bijgesteld. De lagere kapitaallasten werden veroorzaakt door:

  • het niet tijdig realiseren van de investeringen (onderuitputting);
  • het later verwerken van het financieel effect van gunstiger leningvoorwaarden.

Hoewel de gerealiseerde exploitatieresultaten hierdoor gunstiger uitvielen, vinden wij het beter om op deze ontwikkelingen te anticiperen om onnodige bezuinigingsmaatregelen door te voeren. In de begroting 2016 hebben wij al 2 ton structureel rentevoordeel ingeboekt en doen daar in 2017 nog eens 2 ton structureel bovenop. Daarnaast hebben wij nog een nadeel gecalculeerd van ca. 2,5 ton door de verplichte lagere rentetoerekening aan de grondexploitaties. Voor de onderuitputting op investeringen hebben wij een bedrag van 1 ton structureel verwerkt. In totaal gaat het om € 7,5 ton aan financiële ingrepen.
Het behoeft geen betoog dat wij hierdoor aanmerkelijk scherper op de wind zeilen dan voorheen. Het risico dat de exploitatie minder voordelig of meer nadelig wordt, neemt hierdoor toe. De algemene reserve biedt de komende jaren voldoende ruimte om dit risico te nemen. Het aantasten van de algemene reserve impliceert wel extra toekomstige rentelasten.

Begroting op basis van bestaand beleid

Met de Kadernota hebben wij u de nodige (beleids)wijzigingen voorgesteld. Deze wijzigingen zijn integraal verwerkt in deze begroting. De stelpost voor de verwachte structurele doorwerking van meevallers in 2015 bleek niet realiseerbaar. De structurele meevallers waren al verwerkt in de begroting 2016 of maakten onderdeel uit van de ruimtescheppende ontwikkelingen die in de Kadernota zijn vermeld.

De na de behandeling van de Kadernota ontstane autonome ontwikkelingen hebben wij in het financieel perspectief van deze begroting meegenomen. Voor nieuw beleid is vooralsnog geen ruimte beschikbaar. Alleen wanneer 'oud' beleid wordt ingeleverd kan financiële ruimte ontstaan voor nieuwe initiatieven.

In de tabel worden de belangrijkste mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2016-2019 weergegeven. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de Kadernota 2017-2020.

Geprognostiseerde balans

Begin- en eindbalans 2017

Door de wijziging van het BBV dient er conform artikel 20 lid 1b vanaf begrotingsjaar 2017 tevens een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen te worden opgenomen in de financiële begroting (/positie).

bedragen x € 1.000

Begrote stand per 1-1

ACTIVA

2017

2018

2019

2020

Vaste activa

Immateriële vaste activa

5

5

5

5

- Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo

van agio en disagio

- Kosten van onderzoek en ontwikkeling

5

5

5

5

Materiële vaste activa

95.013

95.432

96.653

95.652

- Investeringen met een economisch nut:

* gronden uitgegeven in erfpacht

6

6

6

6

* overige investeringen met een economisch nut

84.465

85.164

86.667

85.950

- Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut

10.543

10.262

9.980

9.696

Financiële vaste activa

7.031

6.962

6.890

6.818

- Leningen aan:

- woningbouwcorporaties

1.473

1.433

1.391

1.348

- deelnemingen

1.426

1.426

1.426

1.426

- overige verbonden partijen

- Overige langlopende geldleningen u/g

3.951

3.951

3.951

3.951

- Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar

of langer

0

0

0

0

- Bijdragen aan activa in eigendom van derden

181

151

122

93

Totaal vaste activa

102.050

102.399

103.548

102.475

Vlottende activa

Voorraden

- Onderhanden werk, waaronder gronden in exploitatie

15.197

14.124

13.860

11.017

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

- Vorderingen op openbare lichamen

6.000

6.000

6.000

6.000

Liquide middelen.

15

15

15

15

Overlopende activa.

500

500

500

500

Totaal vlottende activa

21.712

20.639

20.375

17.532

Totaal Activa

123.761

123.038

123.923

120.006

Vaste passiva

Eigen vermogen

29.209

27.724

27.547

27.464

- Algemene reserve

21.788

21.870

21.953

22.038

- Bestemmingsreserve

- Voor egalisatie van tarieven

1.368

1.067

835

660

- Overige bestemmingsreserves

6.053

4.786

4.759

4.765

Voorzieningen

7.566

7.718

7.872

8.064

- Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

6.340

6.411

6.483

6.556

- Onderhoudsegalisatievoorzieningen

884

884

884

921

- Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting

342

424

505

587

Vaste schulden met rentetypische looptijd van één jaar of langer

69.273

74.533

73.791

70.048

- Obligatieleningen

- Onderhandse leningen van:

- binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen

0

0

0

0

- binnenlandse banken en overige financiele instellingen

69.273

74.533

73.791

70.048

- binnenlansde bedrijven

- overige binnenlandse sectoren

0

0

0

0

- buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren

- Door derden belegde gelden

0

0

0

0

- Waarborgsommen

0

0

0

0

Totaal vaste passiva

106.047

109.975

109.210

105.575

Vlottende passiva

Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd korter dan 1 jr.

- Overige schulden

5.214

563

2.213

1.932

- Bank- en girosaldi

7.500

7.500

7.500

7.500

Overlopende passiva

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal vlottende passiva

17.714

13.063

14.713

14.432

Totaal Passiva

123.761

123.038

123.923

120.006

Jaarlijks terugkerende arbeidskosten

Onder de ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume’ worden de aanspraken verstaan op toekomstige uitkeringen door het huidige dan wel voormalige personeel. Feitelijk heeft de gemeente Maassluis een schuld aan hen. Bij de uiteenzetting van de financiële positie dient de gemeente afzonderlijk aandacht te besteden aan deze verplichtingen. Om deze aanspraken op termijn veilig te stellen, dient hiervoor (wettelijk verplicht) een voorziening te worden getroffen. Vanwege de eigenheid van gemeenten mogen deze verplichtingen, mits het gaat om een jaarlijks terugkerende verplichting met gelijkblijvend volume, worden opgenomen in de begroting en rekening van de baten en lasten (de exploitatie). Bij jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen waarvan de bedragen fluctueren is het wel verplicht gesteld om een voorziening te vormen.
Daar waar mogelijk zijn de arbeidsrechtelijke verplichtingen opgenomen in de exploitatie, anders is/ wordt een voorziening gevormd. Hieronder is toegelicht hoe wordt omgegaan met de hierboven beschreven verplichtingen voor het ambtelijk personeel (1 en 2) en de bestuurders (3).

NB Naast de hierboven genoemde verplichtingen, zijn er natuurlijk jaarlijks de kosten van het personeel (arbeidslasten). Deze zijn opgenomen in de exploitatie en vallen buiten deze paragraaf, meer informatie hierover is te vinden in de paragraaf bedrijfsvoering en middelen. Voor de goede orde: de totale salarislasten in de begroting 2017 zijn geraamd op € 15,7 miljoen. Hierbij gaat het om 230 formatieplaatsen, dit is exclusief de hosting ten behoeve van Stroomopwaarts. In de hosting zijn 13 formatieplaatsen beschikbaar tegen een bedrag van ruim 8,5 ton. Dit is inclusief de griffie, maar exclusief de kosten van de raad en het college en de vangnetbanen.

1. Spaarverlof

In het verleden is er door personeelsleden gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verlof te sparen voor gebruik in de toekomst. Dit verlof wordt over het algemeen ingezet om eerder met pensioen te kunnen gaan. Het opnemen van verlof uit de spaarverlof contracten, veroorzaakt jaarlijks schommelingen in de salarislasten (dubbele salarislasten). Om het fluctuerende verloop van deze (toekomstige) verplichtingen af te dekken is een voorziening ‘bovenmatig verlof’ gevormd op basis van de afgesloten contracten. Er ontstaan geen nieuwe spaarverlof verplichtingen meer. De voorziening ‘bovenmatig verlof’ neemt af totdat elk bestaand spaarverlof contract is opgenomen.

2. Uitkeringen voormalig personeel

Wachtgeld/ WW

Wachtgeldverplichtingen komen in de praktijk in omvang en frequentie slechts incidenteel voor en zijn vooraf niet in te schatten. Dit is de reden waarom er geen aparte voorziening wachtgeldverplichtingen is ingesteld. In sommige gevallen (bijvoorbeeld in het geval van tijdelijke urenuitbreiding van vast personeel) wordt er voorzichtigheidshalve een bedrag voor de WW gestort in een voorziening.

Vertrekregeling

In een specifiek geval is er een vertrekregeling overeengekomen. Aangezien er geen sprake is van een jaarlijks gelijkblijvend volume is hiervoor (destijds) een voorziening getroffen.

Overig

In de begroting zijn enkele ambtenaren geplaatst boven de bestaande formatie. Het beleid is erop gericht om de jaarlijkse lasten gelijk te houden door het sturen van zowel de instroom als de uitstroom. Aangezien de lasten hierdoor van gelijkblijvend volume zijn, is er geen voorziening getroffen, maar zijn deze kosten opgenomen in de exploitatie.

3. Uitkeringen wethouders

Wachtgeld

Voor de wachtgeldverplichtingen van (voormalige) wethouders is een voorziening gevormd, aangezien hier niet kan worden gesproken van jaarlijks gelijkblijvend volume en de verplichtingen per persoon bepaald kunnen worden. In de voorziening zijn de reeds bekende verplichtingen aan voormalige wethouders opgenomen. Het bedrag hiervoor is in de afgelopen periode naar aanleiding van de berekeningen opgehoogd ten laste van de exploitatie. Zodra er nieuwe verplichtingen ontstaan (bijvoorbeeld naar aanleiding van het aantreden van nieuwe wethouders door verkiezingen) wordt de omvang van de nieuwe verplichting berekend en ten laste van de exploitatie gestort in de voorziening.

Pensioenen

Van de oud-wethouders die reeds met pensioen zijn, zijn de pensioenverplichtingen opgenomen in de exploitatie, aangezien hierbij sprake is van een jaarlijks gelijkblijvend volume van de lasten. Voor de pensioenverplichtingen van zittende en voormalige wethouders, die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, is een voorziening gevormd. De hoogte van de verplichting (en dus de voorziening) wordt jaarlijks op basis van actuariële berekeningen bepaald en eventueel toegevoegd aan de voorziening.