Begroting2017

Naar portaal
Onderhoud kapitaalgoederen

De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhouden van de kapitaalgoederen wegen, groen en bomen, oppervlaktewater, civiele kunstwerken, openbare verlichting, speelgelegenheden en gemeentelijke gebouwen. Deze paragraaf biedt inzicht in het beleid omtrent het onderhoud van kapitaalgoederen.

Inleiding

Kapitaalgoederen zijn zaken die in het verleden (met een investering) zijn aangeschaft en in een bepaalde periode worden afgeschreven. Denk hierbij aan (school-)gebouwen, riolering, bruggen, wegen, groen, speelgelegenheden, kunstwerken, openbare verlichting etc.
Het onderhoud en beheer van de kapitaalgoederen is een belangrijke taak (verplichting) van de gemeente. Het betreft in belangrijke mate de publieke ruimte en heeft daarmee een directe invloed op het woon- leef- en werkklimaat van de burger. Het onderhoud van de kapitaalgoederen vraagt structureel veel geld van de gemeente. Voor het beheer zijn de nodige instrumenten, zoals (meerjarige) beheerplannen beschikbaar. De beheersystemen hebben als doel het beheer zo effectief en efficiënt mogelijk te maken.
In deze paragraaf wordt van de verschillende onderwerpen het beheerkader geschetst en de financiële consequenties en de effecten op de begroting/ onderhoudsreserves toegelicht. Onder het punt Uitvoeringsprogramma is een overzicht gepresenteerd van de verschillende - waar mogelijk integraal uit te voeren - projecten die in het Uitvoeringsprogramma Buitenruimte 2017 zijn opgenomen.

Kaderstellende documenten

Hieronder volgt een overzicht van de verschillende bestaande beleidsplannen (kaders), beheerplannen en onderhoudsplannen die op dit moment worden gebruikt voor het bepalen en prioriteren van het onderhoud aan de kapitaalgoederen.

Kaders

Onderwerp

Looptijd

Door de raad vastgesteld in

Ruimtelijke structuurvisie

2011-2025

2012

Wegenstructuurvisie

2010-2025

2010

Visie openbare ruimte

2015-2030

2015

Duurzaamheidsvisie

2012-2015

2012

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) *

2014-2018

2015

Nota onderhoud

-

2007

* inclusief Gemalen en Water

Beheerplannen

Onderwerp

Looptijd

Door de raad vastgesteld in

Beheerplan Wegen

2017-2021

2016

Beheerplan Speelruimte

2015-2016

2015

Beheerplan Sterrenbos

2013-2021

2013

Beheerplan Kademuren

2013-2017

2013

Beheerplan Bruggen en onderdoorgangen

2015-2019

2015

Beheerplan Begraafplaatsen

2014-2024

2014

Beheerplan Gemeentelijke Gebouwen

2016-2020

(gepland) 2016

Beheerplannen

Meerjarige planning

De afgelopen tijd is een proces van verdere professionalisering van regie, visie, onderhoud en beheer van de kapitaalgoederen in gang gezet. In 2013 heeft de rekenkamercommissie het onderzoek ‘onderhoud kapitaalgoederen’ afgerond, waarbij de aanbevelingen door de gemeenteraad zijn overgenomen. In 2014 en 2015 zijn de aanbevelingen door de organisatie uitgewerkt en doorgevoerd om te komen tot planmatig beheer en onderhoud op basis van meerjarige beheerplannen voor alle kapitaalgoederen in het openbaar gebied en het jaarlijks uitvoeringsprogramma. Dit heeft geresulteerd in een aanpak waarbij op termijn eenheid komt in de terminologie van beheerplannen en kaders. Logisch samenhangende onderdelen worden samengevoegd. Hiermee ontstaat meer overzicht in integraliteit in sterk verwante onderwerpen naar de uitvoeringsprogramma’s en uiteindelijk de uitvoering.
In 2015 is de Visie Openbare Ruimte (onderdeel van het kader) voorgelegd aan de gemeenteraad en in 2016 wordt naar verwachting het beheerplan Wegen geactualiseerd en het beheerplan Openbare Verlichting afgerond.

De planning van de actualisatie van de kaders en beheerplannen voor de periode 2017-2020 ziet er als volgt uit:

planning beheerplan/kader/visie

2017

2018

2019

2020

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Groen en binnenwater

x

Straatmeubilair

x

Baggeren havens en binnenwater

x

Kademuren havens en watergangen

x

Speelruimte

x

Gemeentelijk rioleringsplan

x

Bruggen en onderdoorgangen

x

Begraafplaatsen

x

Gebouwen

x

Wegen

Beleidskader

Het Wegenbeheerplan is het kader voor het beheer van de openbare verharding. Het is de taak van de gemeente om efficiënt en met een vooruitziende blik onderhoud uit te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de zorgplicht voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De hoofddoelen van het Wegenbeheerplan zijn conserverend beheer (het in stand houden van het bestaande) en ontwikkelingsbeheer (het uitvoeren van nieuw vastgesteld beleid). Het conserverend beheer bestaat uit storingsonderhoud (kleinschalige reparatiewerkzaamheden), groot onderhoud (bijvoorbeeld herstraten of opnieuw asfalteren) en reconstructies. Het ontwikkelingsbeheer wordt zo veel mogelijk toegepast bij rehabilitatie en groot onderhoud van verhardingen. Het voordeel hiervan is, dat er minder kapitaalvernietiging plaatsvindt en dat er minder overlast voor inwoners, bedrijven en bezoekers ervaren wordt. In het Wegenbeheerplan is opgenomen dat er duurzaam wegenbeheer wordt toegepast op onder meer het gebied van geluid, milieu en bodem.
Het verdere beleid is vastgelegd in de VOR (Visie Openbare Ruimte 2015-2030), de aanpak van de parkeerproblematiek, de aanpak van woon-school routes en de Wegenstructuurvisie Maassluis 2010-2025. Het huidige beheerplan loopt tot 2017 en wordt in 2016 opnieuw opgesteld.

Kwaliteitsniveau

Iedere twee jaar wordt een uitgebreide inspectie van de bestaande verhardingen uitgevoerd. In 2015 heeft de laatste inspectie plaats gevonden. Daarnaast wordt ieder jaar een globale schouw van de bestaande verhardingen uitgevoerd.
De gemeente heeft circa 1,3 miljoen m2 aan verschillende soorten verharding in beheer. Deze oppervlakte is te verdelen in goede, matige en slechte gedeelten. Onderstaande tabel geeft het bestaande kwaliteitsniveau van de wegtypen weer. De classificatie is conform de CROW richtlijnen. Dit vormt de basis voor de prioritering van het onderhoud.

Verhardingssoort

Oppervlakte

Goed

Matig

Slecht

(m2)

1 t/m 3 (%)

4 t/m 6 (%)

7 t/m 9 (%)

Asfalt

284.000

68

16

16

Elementen beton

341.000

55

37

8

Elementen gebakken

275.000

46

41

13

Tegels

353.000

34

52

14

Diversen

90.000

49

37

14

totaal

1.343.000

50

37

13

Op basis van inspectie wegen 2015

Financiële consequenties

In programma 3 zijn de jaarlijkse budgetten opgenomen voor dit taakveld. Daarnaast is er een reserve onderhoud wegen waarmee uitgaven over verschillende jaren kunnen worden geëgaliseerd. Het verloop van de reserve wordt in deze tabel geschetst.

Reserve onderhoud wegen

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

327.191

824.827

863.133

940.414

2.831.539

1.243.414

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

497.636

38.306

77.281

3.168.500

0

0

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

0

0

0

-1.277.375

-1.588.125

-1.155.000

Riolering en water

Beleidskader

De gemeente heeft (wettelijke) verplichtingen op het gebied van het stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en - in samenwerking met het Hoogheemraadschap - het oppervlaktewater. In 2014 is het gemeentelijk rioleringsplan 2014-2018 vastgesteld. Verschillende andere ‘plannen’ liggen ten grondslag aan of hebben een relatie met dit rioleringsplan, zoals: de duurzaamheidsvisie 2012-2015, het waterplan 2008-2015, het basisrioleringsplan, de aansluitverordening riolering en het uitvoeringsprogramma buitenruimte. Uitgangspunt is dat de onderhoudstoestand van objecten geen risico vormt voor de omgeving en het functioneren van het rioolstelsel. Aspecten die belangrijk zijn bij effectief beheer is het inzicht in de omvang, toestand en de werking van objecten.
Bij uitvoeren van maatregelen aan de riolering dient te allen tijde een afweging gemaakt te worden op basis van de kwaliteit van het object ten opzichte van leeftijd, functie en de kwaliteit van de aangrenzende objecten. De kwaliteit wordt bepaald op basis van een (visuele) inspectie conform de daarvoor geldende normen. Eventueel noodzakelijke maatregelen worden op basis van ervaring en een risico-inschatting bepaald. Hierbij geldt het uitgangspunt dat een riool pas wordt vervangen wanneer de kwaliteit daar aanleiding toe geeft. Uitzondering hierop is het vervangen van objecten bij wegreconstructies en bij herstructurering. In deze gevallen kan het maatschappelijk belang zwaarder wegen. Wegreconstructies en herstratingsgebieden zijn vaak doorslaggevend in de prioritering van de projecten.
Beheer en onderhoud vinden plaats conform het principe "effectief beheren". Uiteindelijk krijgt het maatregelpakket een plaats in het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma Buitenruimte. Het onderhoudsproces volgens het principe "effectief beheren" is binnen het nieuwe GRP verder geoptimaliseerd.

De beleidsvoornemens zijn uitgewerkt aan de hand van thema's, te weten:

  1. Beschermen van de volksgezondheid;
  2. Beperken van de milieubelasting;
  3. Lozingenbeleid;
  4. Wateroverlast bij regen;
  5. Helpen bij grondwateroverlast;
  6. Effectief beheer;
  7. Samenwerking.

De voortgang van de uitwerking van de beleidsvoornemens wordt bepaald door de prestatie indicatoren
welke in het GRP genoemd worden, jaarlijks te monitoren.

Financiële consequenties

In programma 3 zijn de jaarlijkse budgetten opgenomen voor dit taakveld. Daarnaast is er een voorziening riolering waarmee uitgaven over verschillende jaren kunnen worden geëgaliseerd. Het verloop van de voorziening wordt in deze tabel geschetst.

Voorziening riolering

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

0

0

0

1.213.648

1.043.051

884.001

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

0

0

1.213.648

0

0

0

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

0

0

0

-170.597

-159.050

0

Egalisatiereserve riolering

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

1.220.178

1.274.423

1.355.942

0

0

0

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

63.245

81.519

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

-9.000

0

-1.355.942

Groen en speelgelegenheden

Beleidskader openbaar groen

Het beleidskader voor het ontwerp, aanleg en instandhouding van het openbaar groen is in algemene zin weergegeven in het groenbeheerplan en de (in 2015 vastgestelde) visie openbare ruimte. De visie openbare ruimte geeft de kaders voor de komende 15 jaar voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in Maassluis. Aanleiding voor deze visie is de constatering dat Maassluis rijk is aan groene openbare ruimtes, maar dat de onderlinge samenhang nog wel eens ontbreekt. Sommige delen zijn ook gedateerd qua inrichting en bieden potenties voor meer gebruiksmogelijkheden. Met deze visie wordt een overkoepelende en samenbindende visie neergezet, zodat de openbare ruimte meer in onderlinge samenhang wordt ontwikkeld en beheerd. Tevens is het Groenstructuurplan geactualiseerd en ondergebracht in de visie openbare ruimte.

Speciaal element dat wordt geïntroduceerd in de visie is burgerparticipatie in de openbare ruimte. De inrichting en het beheer van de openbare ruimte zijn bij uitstek een middel om de betrokkenheid van de inwoners bij hun omgeving te versterken. Via een groeimodel willen wij er voor zorgen dat de bewoners meer actief betrokken worden bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.
Daarnaast is de duurzaamheidsvisie leidraad voor het maken van strategische keuzes op het gebied van aanleggen en in stand houden van het groen. Uitgangspunt is een efficiënt te onderhouden functionele inrichting van het openbare groen. Voorop staat dat de projecten zoveel mogelijk integraal worden uitgevoerd rekening houdend met de gewenste groenstructuur.
In 2013 is er op initiatief van de raad een bomenbalans ingesteld. Deze wordt in evenwicht gehouden. Voor elke gekapte gemeentelijke boom zal een boom worden terug geplant (binnen het bestaande budgettaire kader).

Beleidskader speelgelegenheden

Het beleidskader voor de speelgelegenheden is het speelruimteplan. Kern van dit plan is, dat bij het inrichten en het beheren van de openbare ruimte de bespeelbaarheid voor de jeugd in ogenschouw genomen moet worden. Dit resulteert in informele en formele speelruimte in Maassluis. De speelplekken dienen per leeftijdscategorie te worden ingericht, verder dient de gehele openbare ruimte beter bespeelbaar te worden ingericht.
Bij het onderhoud aan groen en speelgelegenheden is ook sprake van regulier onderhoud van de openbare ruimte: maaien, snoeien, schoffelen, schoonmaken, etc. In het Uitvoeringsprogramma buitenruimte 2017 worden eventuele integrale projecten benoemd waar de elementen van groen en speelgelegenheden in voorkomen. De hiervoor genoemde reguliere werkzaamheden vallen hier buiten. In 2015 is het Beheerplan Speelruimte 2015-2016 vastgesteld.

Financiële consequenties

In programma 3 zijn de jaarlijkse budgetten opgenomen voor dit taakveld. De werkzaamheden op het gebied van onderhoud van groenstructuur en speelgelegenheden dienen binnen de regulier opgenomen budgetten van de begroting te worden uitgevoerd.

Civiele kunstwerken

Onder civiele kunstwerken wordt in deze paragraaf verstaan de civieltechnische objecten in de buitenruimte. Hierbij kan worden gedacht aan bruggen, tunnels en kades. Per onderwerp zijn of worden beheerplannen opgesteld.

Beleidskader kademuren

In mei 2013 werd het Beheerplan Kademuren 2013-2017 vastgesteld. En eind 2014 is de actualisatie beheerplan kademuren 2013-2017 vastgesteld. Dit beheerplan beschrijft zowel de benodigde inspecties, storingsonderhoud, groot onderhoud als de rehabilitatie. Het gaat hierbij dus om het (groot) onderhoud, maar ook om investeringen in de vervanging van bestaande (delen van) muren.
De hoofddoelen voor Kademuren zijn conserverend beheer (ofwel het in stand houden van wat we hebben) en ontwikkelingsbeheer (ofwel het uitvoeren van nieuw vastgesteld beleid). Afgeleide doelstelling hiervan is: door tijdige signalering het voorkomen van financiële pieken en veiligheidsrisico’s. De kademuren zijn allen gemeentelijke monumenten, hiermee wordt bij onderhoud, renovatie en reconstructie rekening gehouden.

Binnen de gemeentegrens is een groot aantal kademuren aanwezig met een totale lengte van circa 3.350 meter. Hiervan is 2.686 meter in beheer van de gemeente. De kwaliteit wordt benoemd met de rest levensduur: meer dan 20 jaar, tussen de 5 en 20 jaar, of minder dan 5 jaar. Voor de laatste categorie vindt uitgebreid onderzoek naar de stabiliteit plaats.

Beleidskader bruggen en onderdoorgangen

Zoals bij al het beheer wordt bij bruggen en onderdoorgangen onderscheid gemaakt tussen conserverend beheer en ontwikkelingsbeheer. Conserverend beheer richt zich in hoofdzaak op technisch noodzakelijke acties om het areaal in stand te houden. Ontwikkelingsbeheer voegt daar acties aan toe om nieuwe ambities ten aanzien van het areaal te bereiken; ambities zoals onder meer bepaald worden met de “Visie openbare ruimte” (VOR), duurzaamheidsbeleid, of voortvloeiend uit specifieke gebiedsontwikkeling- of herinrichtingsbesluiten, maar ook door wijziging in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de civieltechnische kunstwerken wordt aan de hand van vier aspecten beschreven: Veiligheid, Functionaliteit, Gebruikswaarde en Restlevensduur. De specifieke beheeracties die voortvloeien uit de beschreven kwaliteitsniveaus voor de civieltechnische kunstwerken zijn verder uitgewerkt in het "Beheerplan bruggen en onderdoorgangen".

Beleidskaders overige civiel technische kunstwerken

De beleidskaders voor overige kunstwerken sluiten aan op conserverend beheer en ontwikkelingsbeheer zoals hierboven omschreven. Een belangrijke beleidscomponent is ook hier de Visie Openbare Ruimte (VOR).

Financiële consequenties

In programma 3 zijn de jaarlijkse budgetten opgenomen voor dit taakveld. Daarnaast zijn er de reserve onderhoud kademuren en de reserve bruggen waarmee uitgaven over verschillende jaren kunnen worden geëgaliseerd. Het verloop van die reserves wordt in deze tabel geschetst.

Reserve bruggen

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

519.831

324.831

130.515

113.015

113.015

113.015

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

55.000

5.685

0

0

0

0

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

-250.000

-200.000

-17.500

0

0

0

Reserve onderhoud kademuren

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

0

0

200.000

200.000

200.000

200.000

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

0

200.000

0

0

0

0

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

0

0

0

0

0

0

Openbare verlichting

Beleidskader

Het hoofddoel van Openbare Verlichting is om bij duisternis het openbare leven zo goed mogelijk te laten functioneren en zodoende bij te dragen aan een veilige woon- en leefomgeving. In alle andere gevallen zal niet of nauwelijks worden verlicht. Hiermee word geheel voldaan aan de ROVL 2011 die als uitgangspunt hanteert “niet verlichten tenzij”.

Beheer

In de Duurzaamheidsvisie 2012-2015 is opgenomen dat, wanneer het gaat om de openbare verlichting, er sprake moet zijn van een goede afweging tussen veiligheid en duurzaamheid. Er wordt overgegaan tot duurzame verlichting wanneer een armatuur aan vervanging toe is. Verder kiest de gemeente bij nieuwbouwwijken voor de meest energiezuinige oplossing op het gebied van openbare verlichting. In begin 2015 is de inventarisatie van het bestaande areaal afgerond. Het Beheerplan Openbare Verlichting is / wordt in 2016 vastgesteld. Het beheerplan beschrijft de taak van de gemeente Maassluis om efficiënt en met een vooruitziende blik invulling te geven aan het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. De speerpunten voor strategische beheervisie zijn veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. In dit beheerplan is beschreven hoe dit wordt gedaan voor de Openbare Verlichting in de gemeente Maassluis. Het is hierbij de bedoeling dat wordt gekeken naar licht dat past bij de lokale kernmerken van de openbare ruimte.

In het kader van goed beheer wordt jaarlijks een deel van de bestaande lichtmasten gerenoveerd en/of vervangen. Dit gebeurt met inachtneming van het normatieve verlichtingsniveau, sociale veiligheid, duurzaamheid en energieverbruik. Op deze manier wordt jaarlijks een gedeelte van de totale openbare verlichting aangepakt.

Financiële consequenties

In programma 3 zijn de jaarlijkse budgetten opgenomen voor dit taakveld. De uitgaven aan openbare verlichting: energiekosten en uitbestede werkzaamheden onderhoud zijn structureel geraamd binnen de exploitatie. Daarnaast is in het investeringsprogramma jaarlijks een standaardbedrag opgenomen voor vervanging van bestaande lichtmasten. De financiële consequenties hiervan zijn verwerkt in de begroting via de rente- en afschrijvingslasten.

Uitvoeringsprogramma buitenruimte

Op basis van de verschillende beheerplannen wordt er jaarlijks een uitvoeringsplan buitenruimte opgesteld. Met dit uitvoeringsplan wordt getracht de uitvoering van de beheerplannen in een jaar op elkaar af te stemmen en hiermee zoveel mogelijk integraal aan te pakken.
Het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma Buitenruimte is vanaf 2015 uitgebreider dan de Uitvoeringsplannen
van de jaren daarvoor, omdat er ook een meerjarige doorkijk voor beheerprojecten in is opgenomen.

Deze werkwijze geeft inzicht in de actuele prioriteiten en wat er in latere jaren op het beheerbordje terecht gaat komen. Vanaf het begrotingsjaar 2017 is het Uitvoeringsprogramma Buitenruimte een onderdeel van de begroting.

De basis voor het Uitvoeringsprogramma Buitenruimte wordt gevormd door de beschikbare beheerplannen, begrotingsproducten en begrotingsposten. Bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma Buitenruimte wordt gebruik gemaakt van actuele vragen uit:

  • Onderzoeks- en inspectiegegevens;
  • Analyse van klachten en meldingen;
  • De stand en evaluatie van het uitvoeringsprogramma van het vorige jaar;
  • Lopende of nieuwe gebiedsontwikkelingen, nieuwe bestuurlijke besluiten, c.q. nieuw beleid.

Informatie, wensen en noodzakelijkheid van onderhoudswerkzaamheden worden geïnventariseerd en

waar mogelijk geografisch gecombineerd, zodat projecten integraal kunnen worden opgepakt. De prioritering van de projecten wordt bepaald met de argumenten: technische noodzaak, veiligheid, functionaliteit, efficiency, overlastbeperking, contractuele verplichting en overige bestuurlijke doelen.

Onderstaand enkele projecten uit het Uitvoeringsprogramma Buitenruimte 2017:

  • Rioolvernieuwing Binnenstad, deelgebied A
  • Rioolvernieuwing Steendijkpolder
  • Rioolvernieuwing Sluispolder West WRM fase 2
  • Stationsplein Steendijkpolder
  • Wateropgave en riolering Koningshoek

Financiële consequenties

In onderstaande tabel staat een overzicht van de begroting van de diverse producten van de eerste zes onderwerpen van deze paragraaf. De geplande investeringsbedragen staan aangegeven in het programmaplan bij programma 3. Het verloop van de reserves staat hierboven beschreven bij de voorgaande onderwerpen. Deze budgetten vormen samen de basis voor het uitvoeringsprogramma Buitenruimte 2017.

Beheer en duurzaamheid

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Wegen, straten, pleinen en verkeersaders

1.133.536

1.959.866

2.323.399

3.599.497

1.991.461

1.914.491

Bruggen, tunnels en viaducten

607.190

349.395

480.618

1.652.652

395.045

327.759

Straatmeubilair

29.494

47.170

52.501

98.454

133.722

66.396

Gladheidsbestrijding

99.359

178.800

85.057

95.626

95.433

71.619

Openbare verlichting

508.088

376.427

609.468

1.772.890

481.765

459.141

Invalidenparkeerplaatsen en - kaarten

-14.415

-14.800

-15.150

9.056

-7.470

-11.975

Verkeersmaatregelen

396.808

429.764

417.328

0

0

0

Havens

487.184

614.718

518.801

1.588.185

493.029

591.633

Waterkering en afwatering

75.506

112.361

120.085

232.118

108.700

120.221

Openbaar groen

1.558.188

1.449.094

1.615.589

1.563.345

1.418.975

1.175.739

Openlucht recreatie

46.909

49.132

62.906

54.917

38.092

6.775

Speelgelegenheden (onderhoud van)

207.499

274.213

436.089

340.612

282.766

220.388

Riolering

-89.333

-94.305

107.206

-35.088

-35.088

-535.965

Gebouwen

Stadhuis

Het stadhuis is onderwerp van onderzoek naar een toekomstbestendig gebruik. Nieuwe inzichten met betrekking tot flexibel werken en de huisvesting van diensten met overheidsgerelateerde taken vormen de belangrijkste oorzaken voor dit onderzoek.

Gemeentelijke gebouwen

De verschillende gemeentelijke gebouwen worden onderhouden volgens meerjarenonderhoudsplannen. Naast de uitvoering van eventueel uitgestelde werkzaamheden uit eerdere jaren staan voor 2017 de volgende werkzaamheden gepland aan onderhoud:

Geplande onderhoudswerkzaamheden 2017

gebouwen

activiteit

mfa Startpunt

dekvloer/vloerbedekkingen

verwarmingsinstallatie

Steendijkpoldercomplex

dekvloeren en vloerbedekkingen

binnenwerk en binnentimmeringen

mgr. Bekkerslaan 1b

Binnenafwerking, sanitair

sporthal Olympia

Schilderwerk, exterieur (inclusief kitwerk, exclusief gevelbeplating)

Houtwerk reparatie

Gevels, metsel-/voegwerk

Binnenafwerking, wanden/wandafwerking

gymzaal Van Obdam

Schilderwerk, exterieur, (inclusief kitwerk)

Houtwerk reparatie

sporthal Wethouder Smit

gevel; voegwerk

zwembad Dol-Fijn

Wandafwerkingen

Vloerafwerkingen

Beweegbare bodem / diversen

Inblik

onderhoud POM ruimten

elektrische installatie

Koningshof

cv installatie

Museum Maassluis

Voegwerk gevels

Straatwerk terrein

Douanehuisje

Schilderwerk, exterieur (inclusief kitwerk)

Binnenafwerking, zonwering (binnen)

Financiële consequenties

Voor de verschillende gemeentelijke gebouwen zijn in de begroting onderhoudsbudgetten geraamd. Voor
het klein dagelijks onderhoud zijn structurele (jaarlijks gelijkblijvende) budgetten opgenomen in de begroting. Voor de uitvoering van het groot onderhoud zijn de geraamde budgetten gebaseerd op de meerjaren onderhoudsplanning (MOP) voor de diverse accommodaties. Er wordt uitgegaan van de reguliere instandhouding van de accommodaties, die per jaarschijf kunnen fluctueren. Pieken en dalen worden dan opgevangen door onttrekkingen aan en stortingen in de voor de betreffende gebouwen aangehouden onderhoudsreserves. Het meerjarenperspectief van de gemeentelijke begroting (na bestemming) wordt zodoende hier niet door beïnvloed.
Over het te hanteren onderhoudsniveau van de diverse gemeentelijke gebouwen is een voorstel in voorbereiding.

Het verloop van de onderhoudsreserves laat onderstaand beeld zien:

Reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

243.252

215.540

270.301

277.997

401.096

272.333

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

40.116

59.961

34.196

135.799

86.205

57.594

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

-67.828

-5.200

-26.500

-12.700

-214.968

-77.181

Reserve onderwijshuisvesting

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

441.754

459.049

534.101

442.952

402.052

392.052

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

43.595

107.983

60.500

41.300

0

0

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

-26.300

-32.931

-151.648

-82.201

-10.000

0

Reserve onderhoud Steendijkpoldercomplex

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

167.951

218.442

313.197

409.386

491.700

464.034

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

50.491

94.755

96.189

82.314

59.313

66.275

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

0

0

0

0

-86.979

-33.597

Reserve onderhoud binnensportaccommodaties

Rekening 2012

Rekening 2013

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

Stand per 1 januari

326.174

361.359

413.783

433.283

480.783

478.858

Toevoegingen ten laste van de exploitatie

87.292

56.424

49.500

67.800

52.570

0

Onttrekkingen ten gunste van de exploitatie

-52.106

-4.000

-30.000

-20.300

-54.495

-42.177